Van Manege naar Negema
In 1948 wordt de Nederlandse Gereedschappen Maatschappij officieel geregistreerd als N.V., met onder andere Philips en de Amsterdamsche Bank als aandeelhouders.
Niet veel later betrekt het bedrijf een leegstaande paardenmanege aan de Gooiberg 38 in Bussum. Op de gevel hangen nog de oude letters: MANEGE. Ze worden niet verwijderd, maar herschikt, uit een na-oorlogse zuinigheid die op dat moment nog vanzelfsprekend is.
NEGEMA.
Toch begint het verhaal eerder. Het bedrijf had vermoedens al een geschiedenis. Nog vóór de oorlog.
Jerrycans voor de Nazi's
Volgens Armando Lari, een Italiaanse smid in dienst bij Negema die later betrokken raakt bij de ontwikkeling van Artisans, werd de fabriek tijdens de Duitse bezetting verplicht om duizenden benzinetankjes te produceren - wat we nu kennen als de jerrycan.
De jerrycans bestonden uit twee helften. Een deel van die originele helften is er nog steeds en wordt vandaag de dag nog gebruikt als onderdelebakjes in de productie van Artisans.
Een erfenis uit de oorlog die nog draait
Na de oorlog verandert er veel, maar niet alles. De machines blijven. Grote draaibanken, excenterpersen en tapmachines, gebouwd om lang mee te gaan.
Een deel daarvan draait vandaag de dag nog steeds mee in het productieprocess. Niet als reliek, maar als sterk gereedschap.
H.C. Dumas: De Rotterdammer die Negema redde
Hendricus Christiaan Dumas wordt op 12 december 1902 geboren in Rotterdam en wordt in 1950 door Philips aangesteld als directeur van Negema, dat niet winstgevend is en dreigt te worden opgeheven.
Samen met een groep investeerders neemt hij het bedrijf over en richt zich op de bloeiende bromfietsindustrie, waarmee Negema uitgroeit tot leverancier van benzinetankjes, gereedschapsbakjes, uitlaten en frame-onderdelen voor merken als Kaptein Mobilette, H.M.W., Magneet en Maxwell.
De Groene Draeck: het privéjacht van prinses Beatrix
H.C. Dumas was een enthousiast zeiler en kwam via een zelfontworpen vallier in contact met jachtbouwers. Met de bestaande machines produceerde Negema onder meer assen voor boten, schroefdraden en roestvrijstalen scheepsbeslag, geleverd aan jachtwerven in Nederland en Duitsland, waaronder De Vries Lentsch in Amsterdam en W. Huisman & Zn. in Vollenhove.
Een gouden zet. Negema bouwde een stevige naam op in het maritieme landschap. Zo stevig dat ze de eer kregen mee te werken aan De Groene Draeck, het jacht dat in 1957 aan prinses Beatrix werd aangeboden voor haar 18e verjaardag.
Iedereen vond zijn weg naar de Gooiberg
Dumas bouwt Negema uit tot een fabriek met circa 80 medewerkers en een reputatie die ver buiten Bussum reikt. De tanks worden groter en luxueuzer; de helften worden getrokken op een 100 ton hydraulische pers en aan een lopende band samengevoegd tot complete tanks.
Met de groei ontstaat een tekort aan arbeidskrachten, waardoor in de loop der jaren eerst Molukse, Italiaanse en later ook Marokkaanse werknemers hun weg vinden naar de fabriek aan de Gooiberg.
het stille begin van wat later Artisans zou worden
Negema groeide uit tot een fabriek die kon maken wat gemaakt moest worden. Bromfietstanks, strijktafels, keukentafels, handdoekrekjes, radio- en tv-tafeltjes — als het uit metaal gemaakt kon worden, maakte Negema het.
Dat betekende ook buitenverlichting. Wie de fabriek binnenliep, zag ze meteen: lantaarns. Langs het pad, aan de gevel, handgemaakt. Destijds slechts drie modellen in twee maten. Het stille begin van wat later Artisans zou worden.
Een ingenieuze projectietafel
Dit was waarschijnlijk Negema's grootste commerciële moment.
Dumas ontwierp een opvouwbare projectietafel met één slimme vondst: een gepatenteerde sluiting die het tafeltje in seconden stabiel maakte.
Dia-avondjes waren tenslotte de jaren '60 versie van Netflix — rond de hele wereld.
In meerdere uitvoeringen verkocht hij jarenlang goed, in Nederland, Duitsland, en tot in de Verenigde Staten.
De fabriek die H.C. Dumas bouwde, begint echter te kraken
In 1968 overlijdt Hendricus Christiaan Dumas op 66-jarige leeftijd. De man die van een leegstaande paardenmanege een fabriek met 80 medewerkers bouwde, is er niet meer.
Zijn zoon Frederik Jan Dumas, sinds 1955 in dienst bij Negema, neemt de leiding over en erft een probleem: concurrentie van een Openbare Werkplaats in Den Briel. In deze werkplaatsen werkten minder valide mensen, terwijl de lonen door de overheid werden betaald. Succesvolle producten werden gekopieerd en alleen de materiaalkosten kwamen voor rekening van de werkplaats. Daar viel moeilijk tegen op te concurreren, en Negema was niet het enige slachtoffer.
Al in 1964 reikt deze concurrentie tot in het buitenland. Negema reageert met onder andere de projectietafels “Metal”: een eenvoudiger, goedkoper alternatief die met weinig enthousiasme wordt geproduceerd, maar wel geëxporteerd.
Een grote investering die anders uitpakt
Ook maakte Negema voor Aristo, een fabrikant van verwarmingsapparatuur te Hilversum, veel plaatwerk voor de olie- en gas-moederhaarden. Dan gaat Aristo failliet, en blijft Negema achter met een grote vordering.
Aangezien de moederhaarden een uitstekend product waren, werd besloten de productie over te brengen naar Bussum. Het bedrijf krijgt een nieuwe naam: Aristo Negema Techniek B.V.
Een voorraad van haarden wordt opgebouwd voor het stookseizoen 1973-74. Dat was een aanzienlijke investering. Maar de voorraad kwam er.
Echter eind 1973 brak de oliecrisis uit. De verkoop viel weg. En in mei 1974 sloot Aristo Negema Techniek van de ene op de andere dag.
1974: Het einde van dit hoofdstuk
Vijftig man op straat. De machines stil.
Maar de creatieve kleinzoon van H.C. Dumas, Frederik Jan Dumas, heeft een idee. Hij wil iets bouwen uit de as van Negema, met grote plannen en een lijst met voorwaarden.
Hoe dit verhaal zich verder vormgeeft, lees je in het volgende hoofdstuk.
